Inzet bedrijf voor externe saldering alleen mogelijk als natuurwaarden op andere wijzen zijn geborgd

26 november 2021

In de tussenuitspraak van de AbRvS van 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627 gaat het om een verleende Wnb-vergunning voor de realisatie en de ingebruikname van het project ‘ontwikkeling Oostelijke Langstraat”.

Vaststaat dat de stikstofdepositie afkomstig van wegverkeer in dit project in AERIUS Calculator is berekend met behulp van SRM2. Er is rekening gehouden met een maximale rekenafstand van 5 km. Met verwijzing naar de uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105, komt de Afdeling tot het oordeel dat niet is uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van omliggende Natura 2000-gebieden zullen worden aangetast.

Uit het oogpunt van definitieve geschillenbeslechting bespreekt de Afdeling, last but not least, ook de overige beroepsgronden. Het gaat onder meer om de vraag of extern gesaldeerd mocht worden met een agrarisch bedrijf in Drunen. Uit de gebiedsrapportage 2017 van het Natura 2000-gebied “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” blijkt dat dit een wat stikstof betreft overbelast gebied is.

De Afdeling overweegt dat de beëindiging van het saldogevende bedrijf door aankoop en intrekking van de vergunning een maatregel is, die naar zijn aard ook geschikt is om ingezet te worden als instandhoudings- of passende maatregel. Uit overweging 13-13.8 van de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 volgt – kort gezegd – dat een maatregel die als instandhoudings- of passende maatregel kan worden ingezet alleen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling kan worden betrokken als, gelet op de staat van instandhouding en de instandhoudingsdoelstelling, het behoud van natuurwaarden is geborgd of in geval een verbeter- of hersteldoelstelling geldt, dat doel ook op andere wijze kan worden gerealiseerd. Er wordt verwezen naar de uitspraak Logistiek Park Moerdijk, ECLI:NL:RVS:2020:2318.

In deze zaak hebben Provinciale Staten pas ter zitting aangegeven dat andere maatregelen worden getroffen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken dan de aankoop van het saldogevende bedrijf en de intrekking van de vergunning van dat bedrijf. In dat verband hebben zij gewezen op maatregelen die in het beheerplan zijn opgenomen.

Deze verwijzing wordt door de Afdeling onvoldoende geacht. In paragraaf 4.3 van het beheerplan wordt geen enkele concrete maatregel aangegeven gericht op die stikstofdepositie. Naar het oordeel van de Afdeling is onvoldoende gemotiveerd dat de voorziene maatregel als mitigerende maatregel in de passende beoordeling kan worden betrokken.

De voor de praktijk relevante conclusie is daarmee dat indien wordt overwogen extern te salderen, van tevoren duidelijk dient te zijn welk pakket aan andere instandhoudings- of passende maatregelen wordt getroffen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.