Intrekken omgevingsvergunning: bewijsvoering

In de uitspraak van de AbRvS van 2 september 2015, nr. 201501553/1/A1, komt de vraag aan de orde of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst terecht een vergunning voor de bouw van een vleermuizentoren heeft ingetrokken.

Het college voert daarvoor als reden aan dat de vergunninghouder ten tijde van de aanvraag niet de intentie had om een vleermuizentoren te bouwen. Dit blijkt volgens het college uit media-uitlatingen van de vergunninghouder na vergunningverlening, de omstandigheid dat de vleermuizentoren op onderdelen in strijd met de verleende vergunning is gebouwd en deskundigenberichten waarin wordt gesteld dat de bruikbaarheid van de gerealiseerde vleermuizentoren twijfelachtig is.

De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak, AbRvS 11 december 2013, nr. 201304454/1/A1 en stelt dat voor intrekking van een vergunning het noodzakelijk is dat vast staat dat de vergunning juist vanwege de onjuistheid in de overgelegde gegevens is verleend. Hetgeen het college heeft aangevoerd is daarvoor onvoldoende. Dat had wellicht anders gelegen indien het college had aangetoond dat het bouwwerk feitelijk ongeschikt is om als vleermuizentoren te dienen.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.