Het streven naar draagvlak en coördinatieregeling

Wie stelt het bestemmingsplan vast: de gemeenteraad of de burger? De gemeenteraad natuurlijk, maar soms vindt de Afdeling het toch nodig de raad daar nog eens aan te herinneren. In de uitspraak van 21 juni jl. (ECLI:NL:RVS:2017:1542) overkwam dit de raad van Achtkarspelen. Die had het verzoek van een loonbedrijf om een wijziging van het bestemmingsplan met het oog op een bedrijfsverplaatsing geweigerd. Het bedrijf was al enkele jaren in overleg met het gemeentebestuur over de verplaatsing en had met het oog daarop een vergelijkend locatieonderzoek laten verrichten. Daaruit kwam één locatie als beste naar voren, maar een omwonende stelde een andere locatie voor, enkele tientallen meters verderop. Het gemeentebestuur ging daarin mee en vroeg om een aanvullend onderzoek naar de haalbaarheid van deze locatie. Dat onderzoek viel positief uit. Maar toen daarna de omwonende weer met nieuwe eisen kwam, was de maat vol. Het bedrijf vroeg alsnog een planwijziging en een omgevingsvergunning aan voor de oorspronkelijk gekozen locatie. De raad en het college weigerden dit, vooral omdat de initiatiefnemer geen overeenstemming had bereikt met de omwonende.

Daar neemt de Afdeling geen genoegen mee. Zij wijst er nog maar eens op dat overleg tussen de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling en omwonenden niet verplicht is (het overleg had overigens wel meermaals plaatsgevonden), laat staan dat zij daarover overeenstemming zouden moeten bereiken: ‘ De raad dient immers zelf, na afweging van alle betrokken belangen, een standpunt in te nemen over de aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie.’ De Afdeling vernietigt daarom het besluit van de raad wegens strijd met art. 3:2 Awb.

De geweigerde omgevingsvergunning – op de besluitvorming was de coördinatieregeling van art. 3.30 Wro van toepassing – deelde in dit lot. Te signaleren valt dat de vergunning een week na het raadsbesluit werd geweigerd. Vanaf de datum van het raadsbesluit moet de aanvraag, aldus de Afdeling, worden aangemerkt als een aanvraag om af te wijken van het bestemmingsplan. Dit laatste brengt ook mee, aldus de Afdeling in een overweging ten overvloede, dat op de besluitvorming over de vergunningaanvraag vanaf dat moment de uitgebreide voorbereidingsprocedure (paragraaf 3.3 Wabo) van toepassing is.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.