Handhaving tegen belettering op windturbines

De uitspraak van 30 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4018, ziet op een verzoek om handhavend op te treden tegen belettering op een drietal windturbines in de gemeente Houten. Aan dit verzoek is onder meer ten grondslag gelegd dat de belettering zonder vergunning voor bouwen is aangebracht. Volgens de Rechtbank moet het aanbrengen van belettering worden aangemerkt als bouwen in de zin van art. 1.1 Wabo. Eneco bestrijdt dat oordeel in hoger beroep en krijgt gelijk. De Afdeling overweegt daartoe dat met stickers aangebrachte belettering niet kan worden aangemerkt als een bouwwerk, nu het constructieve element ontbreekt.

Ter discussie staat verder in deze zaak of sprake is van een welstandsexces in de zin van art. 12, lid 1 Woningwet en of om die reden op grond van art. 13a Woningwet Eneco had moeten worden aangeschreven om bepaalde voorzieningen te treffen. Volgens de Welstandsnota van de gemeente Houten is sprake van een exces wanneer een bouwwerk of gedeelte daarvan op overduidelijke wijze, dus ook voor niet-deskundigen, in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het gaat in gevallen van een exces altijd om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving. De Afdeling oordeelt dat de Rechtbank terecht heeft vastgesteld dat van een exces in deze zin geen sprake is.

Tot slot komt dan nog de vraag aan de orde of de belettering moet worden gezien als handelsreclame in de zin van de APV, en of die handelsreclame op grond van die verordening moet worden verboden omdat het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Ook dat is volgens de Afdeling niet aan de orde. Het college had al met al ook terecht afgezien van handhavend optreden.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique         


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.