Finalisering kent zijn grenzen

Door het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslan is vergunning verleend voor het plaatsen van een omheining op een perceel van een pluimveebedrijf. Er is zowel een vergunning gegeven voor activiteit bouwen als strijdig gebruik, maar die laatste activiteit enkel in verband met hoogte van bouwwerk. Die omheining is nodig omdat het bedrijf de kippen – 30.000! – een vrije uitloop wil geven. Appellanten stellen zich op standplaats dat hekwerk überhaupt niet kan worden vergund zonder af te wijken van het bestemmingsplan. Hoewel niet nieuw kent de uitspraak van 22 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1752) twee aardige aspecten.

Allereerst ligt de vraag voor of het vrije uitloop geven van 30.000 kippen wel past binnen de bestemming. De Afdeling overweegt nog maar eens dat bij de beoordeling van de aanvraag ook dient te worden beoordeeld voor welk gebruik het bouwwerk wordt opgericht en dus ook of dat beoogde gebruik in overeenstemming is met de geldende bestemming. Het oordeel van de rechtbank – nee, past niet – wordt gedeeld. Het tweede aardige aspect is het zelf in de zaak voorzien.

De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd, het primaire besluit herroepen én de aanvraag afgewezen. Dat had niet gemogen aldus de Afdeling. Er bestaat immers beleidsruimte, het college heeft zich nog niet kunnen uitlaten over de vraag of ondanks planologisch strijdige gebruik, wel medewerking kan worden gegeven en vergunning kan worden verleend.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Eelco


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.