Exploitatieplan: Relativiteitsvereiste

In AbRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579, staat het Eindhovense bestemmingsplan “Brainport Industries Campus (cluster 1)” centraal.

Het plan voorziet in een planologische regeling voor het eerste cluster van een duurzame internationale campus voor kennisintensieve bedrijven in toelever- en maakindustrie in een groene en parkachtige omgeving. Naast bedrijfsbebouwing voorziet het plan ook in een gebouwde parkeervoorziening. Verder wordt een infrastructuur mogelijk gemaakt en zal natuur- en landschapsontwikkeling plaatsvinden.

Procesrechtelijk is opvallend dat de Afdeling verschillende beroepsgronden bespreekt zonder in te gaan op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb. Dat doet zij in enkele gevallen waarin een betoog van een appellant faalt. In zo’n geval hoeft de Afdeling – vindt zij zelf – niet meer in te gaan op artikel 8:69a Awb.

Met betrekking tot een ander betoog bespreekt de Afdeling wel eerst het relativiteitsvereiste en oordeelt zij dat dat vereiste in de weg staat aan een inhoudelijke bespreking van het betoog. Het betreft een betoog van een appellant dat de gemeenteraad ten onrechte geen exploitantplan heeft vastgesteld. Zijn betoog richt zich met name tegen het niet vaststellen van financiële onderdelen van een exploitatieplan. Hij beroept zich o.a. op artikel 6.12, lid 2, onder a, Wro (waarschijnlijk dus met de stelling dat het kostenverhaal niet “anderszins verzekerd” is en dat dus een exploitatieplan had moeten worden vastgesteld).

De Afdeling constateert dat het bestemmingsplan binnen de bestemmingen Bedrijf 1 en Bedrijf 2 maximaal één gebouw toestaat in aaneengesloten bebouwing en regelt dat het gebouw gefaseerd gerealiseerd mag worden, mits in de eerste fase tenminste een omvang van 2 ha wordt gerealiseerd. De Afdeling stelt vervolgens vast dat de betrokken appellant ter plaatse minder dan 2 ha grond in eigendom heeft. Deze appellant kan dus ook nooit een bouwplan realiseren als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, een bouwplan dus waarvoor een exploitatieplan in beginsel gelet op artikel 6.12, lid 1, Wro verplicht is, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd in de zin van artikel 6.12, lid 2, onder a, Wro. Volgens de Afdeling strekt deze laatste bepaling bescherming van de financiële belangen van de gemeente en van de belangen van degenen die, indien een exploitatieplan zou zijn vastgesteld, rechtstreeks met het verhaal van kosten verbonden aan de exploitatie van in het betrokken gebied opgenomen gronden te maken hadden kunnen krijgen. Oftewel, niet tot bescherming van de belangen van deze appellant. Gelet op artikel 8:69a Awb ziet de Afdeling daarom af van een inhoudelijke bespreking van zijn betoog.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

©2022 - SAM advocaten. Mogelijk gemaakt door Webconfetti.