Een of twee projecten en causaal verband stikstof en vogels

In de uitspraak AbRvS 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2017, zijn twee Nbw-vergunningen aan de orde (als bedoeld in de art. 16 en 19d Nbw) voor de uitbreiding en wijziging van de exploitatie van een varkenshouderij. Dit bedrijf is gevestigd op twee locaties, die op een afstand van ongeveer 1,3 km uit elkaar liggen. Kort gezegd functioneert de ene locatie als quarantainelocatie voor de andere.

Alhoewel de bedrijven, gelet waarop de bedrijfsvoering is ingericht, organisatorisch één geheel vormen, volgt daaruit niet dat sprake is van één project, aldus de Afdeling. De Afdeling acht van belang dat niet is gebleken dat de locaties niet onafhankelijk van elkaar in werking kunnen zijn, en dat evenmin is gebleken dat er geen alternatieven bestaan voor het in quarantaine houden van de nieuw aangevoerde geiten.

De conclusie is dat sprake is van twee projecten. De Nbw staat er echter niet aan in de weg dat met één besluit op basis van één aanvraag een vergunning wordt verleend, mits van alle afzonderlijke handelingen de effecten zijn beoordeeld. De effecten van de twee locaties zijn echter niet afzonderlijk beoordeeld. Om die reden heeft het college van GS Noord-Brabant zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten.

Verder komt in beroep aan de orde dat de dodaars en de roodborsttapuit nadelige gevolgen kunnen ondervinden omdat sprake is van een toename van stikstofdepositie. Hiertoe wordt verwezen naar een rapport van Alterra waarin is onderzocht of er een causaal verband bestaat tussen een hoge stikstofdepositie en negatieve trends van vogelsoorten waarvoor de in Noord-Brabant gelegen Natura-2000-gebieden zijn aangewezen. Blijkens dit rapport is niet uitgesloten dat stikstofdepositie een negatief effect kan hebben op de leefgebieden van deze vogelsoorten.

Het college heeft verwezen naar de beheermaatregelen die in het rapport genoemd worden om de negatieve effecten te ondervangen, maar heeft niet inzichtelijk gemaakt welke stikstofdepositie de aangevraagde activiteiten tot gevolg zullen hebben op de leefgebieden zodat geen inzicht bestaat in de vraag of met de betrokken maatregelen de negatieve effecten voldoende kunnen worden voorkomen. De vergunning wordt door de Afdeling vernietigd.

Zie ook in gelijke zin de uitspraak van de AbRvS 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2096, waarin wordt verwezen naar deze uitspraak.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.