Een goed woon- en leefklimaat is niet hetzelfde als voldoen aan de normen

10 april 2020

Deze vaste lijn blijkt nog eens uit de uitspraak van de AbRvS 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1026). Het college van b&w van Den Haag heeft een omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan verleend voor een wijziging van het gebruik van een bedrijfspand naar een lunchruimte en bso voor een school. De buurman van dit pand vreest dat het gebruik van het gebouw en de buitenruimte zal leiden tot een aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

Uit het geluidonderzoek dat in opdracht van het college is opgesteld en het onderzoek dat in opdracht van de buurman is opgesteld, volgt dat de grenswaarde van 50 dB (A) voor het langetijdgemiddeld beoordelingsniveau ter hoogte van de achtergevel op de begane grond van de woning van buurman wordt overschreden. In het door het college overgelegde rapport is die overschrijding 0,6 dB(A) en in het rapport dat namens de buurman is overgelegd, is die 2 dB(A). Volgens dit laatste rapport wordt ook het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de eerste verdieping en in de tuin overschreden. Het college heeft aangegeven dat aan de buitenruimte bij de woning en de verdieping een zekere mate van bescherming toekomt, maar dat in dit geval sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De Afdeling volgt het college in haar oordeel. De Afdeling acht hierbij van belang dat ook in het rapport dat namens de buurman is overgelegd, wordt geconstateerd dat is voldaan aan een goed woon- en leefklimaat, in beide onderzoeken is uitgegaan van het worst case scenario en op het perceel rustte al een bedrijfsbestemming en een willekeurig ander bedrijf zou ook een hoge geluidbelasting kunnen hebben veroorzaakt.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.