De normering van windturbines in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling

2 juli 2021

De Raad van State gaat om! Al sinds het d’Oultremont-arrest van het Hof van Justitie van 27 oktober 2016 (ECLI:EU:C:2016:816) bestond er grote twijfel over de vraag of de wettelijke regels voor windturbines wel  verbindend zijn. Het gaat dan om de in het Activiteitenbesluit en de -regeling opgenomen normen op het punt van o.a. geluid en slagschaduw. In het d’ Oultremont-arrest oordeelde het Hof dat een Waalse regeling voor windturbines een plan of programma in de zin van de zogenoemde SMB-richtlijn zijn met als consequentie dat een plan-milieueffectrapport (plan-mer) is vereist. In zijn uitspraak over Windpark Battenoord (ECLI:NL:RVS:2019:1064) meende de Raad van State nog dat het arrest geen gevolgen had voor de toepassing van het Activiteitenbesluit c.a. Maar na het Nevele-arrest van het Hof van 25 juni 2020 (ECLI:EU:C:2020:503) over een Vlaamse regeling voor windturbines viel dit standpunt al helemaal niet meer vol te houden.

In zijn tussenuitspraak van 30 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1395) over het windpark ‘Delfzijl-Zuid Uitbreiding’ oordeelt de Raad van State nu dat inderdaad een voorafgaande milieubeoordeling is vereist. Omdat deze beoordeling ontbreekt, zijn de Activiteiten-regels in strijd met de SMB-richtlijn en moeten zij buiten toepassing worden gelaten (maar onverbindend zijn zij niet: de regels blijven wel gelden voor kleine windturbineprojecten waarbij geen sprake is van een windpark in de zin van de SMB-richtlijn). Concreet betekent dit dat de gemeenteraad van Delfzijl (inmiddels Eemsdelta) zijn standpunt dat het windpark ruimtelijk aanvaardbaar is, niet mocht baseren op de veronderstelling dat de exploitant zich aan deze regels zou houden en dat daarmee was verzekerd dat de hinder e.d. van het windpark voldoende beperkt zou zijn. Niet alleen het bestemmingsplan, ook de omgevingsvergunning sneuvelt. Enerzijds omdat deze voor zover het om de activiteit bouwen gaat, is gebaseerd op een vernietigd bestemmingsplan, anderzijds omdat bij de beoordeling van de activiteit milieu de in het Activiteitenbesluit c.a. geregelde milieuaspecten (achteraf bezien) ten onrechte niet zijn meegenomen.

Hoe nu verder? De regering is nu aan zet, die zal alsnog een milieubeoordeling moeten verrichten en dan de betrokken normen opnieuw, al dan niet gewijzigd, moeten vaststellen. Onvermijdelijk zullen veel windparken die in de pijplijn zitten hierdoor vertraging oplopen. Wel wijst de Raad van State een uitweg. Het bevoegd gezag kan er voor kiezen om zelf in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning geluid en slagschaduw e.d. te normeren. Maar, in de woorden van de Raad van State: ‘Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.’ De gemeente Eemsdelta gaat nu een poging wagen en heeft daarvoor 26 weken de tijd gekregen.

De gevolgen van de uitspraak kunnen groot zijn. Exploitanten zouden in afwachting van de nieuwe regels de huidige regels voorlopig kunnen negeren, maar krijgen straks mogelijk te maken met strengere normen. En ook rijst de vraag wat de uitspraak betekent voor de status van andere milieuregels in het Activiteitenbesluit (en in de komende Omgevingswetgeving). Voor zover die projecten met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu normeren, moeten zij nu mogelijk ook buiten toepassing blijven.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.