Concreet initiatief meenemen bij vaststellen Bplan

De uitspraak van de AbRvS van 15 juli 2015, nr. 201500191/1/R1 zijn we al eerder tegen gekomen en is lijn met vaste jurisprudentie. Het gaat om een vraag of een gemeenteraad verplicht is om een tijdig ingediend initiatief mee te nemen in de vaststelling van een bestemmingsplan. Stichting Ymere voert aan dat in het bestemmingsplan Haarlemmerbuurt/ Westelijke eilanden ten onrechte geen horeca in de kelder en begane grond van het pand “Haarlemmerpoort” is toegestaan. Ymere heeft tijdig een aanvraag om een omgevingsvergunning met een ruimtelijke onderbouwing ingediend, reden waarom sprake is van een ten tijde van dit plan kenbaar, voldoende concreet initiatief. De raad had dit initiatief in de besluitvorming moeten betrekken. De aanvraag is door het dagelijks bestuur op 23 januari 2014 buiten behandeling gesteld. De reden hiervoor is dat voor de beoordeling van het totale project onvoldoende gegevens waren ingediend.

De raad voert aan dat het uitgangspunt in dit plan is dat geen nieuwvestiging van horeca wordt toegestaan tenzij de besluitvorming hierover is afgerond. Nu nog geen omgevingsvergunning is verleend, heeft de raad er van afgezien om deze ontwikkeling in het plan te verwerken. Voorts voert de raad aan dat het initiatief niet voldoende concreet is om een ruimtelijke afweging over te maken. De raad betoogt dat afhankelijk van het concrete initiatief de druk op de leefomgeving en de verkeersaantrekkende werking van de specifieke horecavestiging kan worden beoordeeld en of bijvoorbeeld voorzien is in een oplossing voor het stallen van de fietsen van bezoekers.

De Afdeling herhaalt de hoofdlijn uit de jurisprudentie. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief over ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.

De Afdeling stelt vervolgens vast dat de voorwaarde van afgeronde besluitvorming in de vorm van een omgevingsvergunning te ver gaat. In het stelsel van de Wro is een bestemmingsplan kaderstellend voor verdere ruimtelijke besluitvorming. Het uitgangspunt van de raad waarin dit systeem wordt omgedraaid, is in strijd met de systematiek van de Wro. Het plan is voldoende concreet. Uit het gemeentelijk beleid, de Uitvoeringsnotitie Horeca 2014, blijkt dat horeca op deze locatie niet op voorhand is uitgesloten. Nu het voornemen reeds bekend en concreet was ten tijde van de besluitvorming over het bestemmingsplan, ziet de Afdeling niet in dat met dit plan en de gevolgen daarvan geen rekening kon worden gehouden. Het betoog van de raad dat de functiewijziging ingrijpend is voor omwonenden en dat die benadeeld worden omdat zij geen inspraakmogelijkheid hebben gehad, treft geen doel omdat omwonenden de mogelijkheid zouden hebben gehad om een zienswijze over het desbetreffende plandeel in te dienen dan wel beroep tegen het besluit in te stellen. De Afdeling stelt vast dat het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.