Bestreden onderwerpen binnen besluit tijdig bekend maken

Om meerdere redenen is de uitspraak inzake het bestemmingsplan “Bloemendaal  2012”, AbRvS 3 juni 2015, nr. 201403153/1/R1 interessant. De belangrijkste reden schuilt in rechtsoverweging 5.1 van deze uitspraak. Na het indienen van het aanvullend beroepschrift breidt een van de appellanten haar argumenten over een aangevochten bestemming uit. Naast de regeling voor bouwregels binnen de bestemming “Natuur” voert zij in een nader stuk ook argumenten aan tegen een ander aspect van deze bestemming, namelijk het feit dat binnen deze bestemming recreatief gebruik niet is toegelaten.

De Afdeling overweegt dat in beroepsprocedures tegen besluiten waarbij veel uiteenlopende belangen zijn betrokken, zoals een bestemmingsplan, zich specifieke problemen bij de bewaking van de goede procesorde voordoen. Deze houden verband met de omvang en de complexiteit van het te beslechten geschil en het feit dat het onderzoek door de rechter, inclusief het deskundigenonderzoek, vaak aan een beperkte termijn is gebonden. Omwille van de zorgvuldigheid en de doelmatige voortgang van het rechterlijk onderzoek is het daarom belangrijk dat vóór de aanvang van dat onderzoek duidelijk is welke onderdelen van het besluit worden aangevochten. Die duidelijkheid is ook van belang omdat bij zulke besluiten vaak veel belanghebbenden zijn betrokken en die betrokkenheid zich vaak beperkt tot één of enkele besluitonderdelen. De Afdeling stelt dat: “Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, alsmede de rechtszekerheid van de andere belanghebbenden, kan in het licht van de goede procesorde in een procedure tegen besluiten waarbij veel uiteenlopende belangen zijn betrokken, daarom niet worden aanvaard dat de omvang van het geschil na afloop van de beroepstermijn of de gegeven termijn voor het aanvullen van de gronden wordt uitgebreid door het aanvechten van een nieuw besluitonderdeel.” Daarom worden de gronden die zich richten tegen het niet toelaten van een recreatieve bestemming binnen de bestemming “Natuur” buiten de procedure gelaten.

Belangrijke constatering is dat de Afdeling in deze uitspraak de lijnen voor het aanvullen van argumenten verder aanscherpt en de mogelijkheden om andere aspecten van hetzelfde besluitonderdeel aan te vechten beperkt tot een vroeg stadium van het geschil.

Andere belangrijke aspecten van de uitspraak zijn terug te vinden in rechtsoverwegingen 3.1 en 11 ev. In rechtsoverweging 3.1 wordt geconstateerd dat het plan niet beschikbaar was op ruimtelijkeplannen.nl. De Afdeling overweegt dat het vaststellingsbesluit wel bekend is gemaakt. Het niet beschikbaar hebben van het bestemmingsplan op ruimtelijkeplannen.nl wordt gezien als een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit dat de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. In rechtsoverweging 11 ev. komt tot slot de vraag aan de orde of lichtmasten op de hockeyvelden kunnen leiden tot verstoring van vleermuissoorten rondom deze velden. De Afdeling stelt vast dat het niet gebruiken van de lichtmasten in bepaalde periodes en tijdstippen niet in het bestemmingsplan is gewaarborgd. Nu volgens Bureau Waardenburg dit wel nodig wordt geacht om verstoring te voorkomen van de kraamverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis, is niet verzekerd dat de kraamverblijfplaats van deze vleermuissoort niet wordt verstoord. De raad heeft zich dan ook niet zonder nader onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat de Ffw op voorhand niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.