Bestemmingsplan niet tijdig vastgesteld, geen dwangsom

In de uitspraak van 15 april 2015, nr. 201409405 heeft appellant beroep ingesteld omdat de gemeenteraad niet tijdig, binnen 12 weken, het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Appellant verzoekt om, met toepassing van artikel 8:55d Awb, de gemeenteraad een dwangsom op te leggen. De raad stelt dat het bestemmingsplan niet is vastgesteld binnen de 12 weken termijn omdat de Afdeling bij uitspraak van 10 september 2014, in zaak nr. 201308924/1/R2 een regeling met betrekking tot de spuitzonering in een ander bestemmingsplan heeft vernietigd en in het ontwerpplan een identieke regeling is opgenomen. De raad wenst na herziening van het vernietigde plan tot besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan over te gaan omdat er afstemming dient plaats te vinden omtrent de op te nemen nieuwe regeling met betrekking tot de spuitzonering. Ten behoeve van deze nieuwe regeling is een ontwerpnota Gewasbescherming & Ruimtelijke Ordening opgesteld, waarbij het streven er op is gericht deze nota nog voor het zomerreces van de raad vast te stellen.  De raad verzoekt de Afdeling dan ook om gebruik te maken van haar bevoegdheid als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb en een andere termijn te bepalen dan ingevolge artikel 8:55d, eerste lid, is voorgeschreven omdat sprake is van een bijzonder geval. Daarbij wijst de raad erop dat het niet doelmatig is van de raad te verlangen een bestemmingsplan vast te stellen met een regeling met betrekking tot de spuitzonering waarvan reeds nu vast staat dat de Afdeling deze zal vernietigen. Bovendien stelt de raad pas tot een weloverwogen vaststelling van de regeling met betrekking tot de spuitzonering te kunnen overgaan nadat de nota Gewasbescherming & Ruimtelijke Ordening is vastgesteld. Dit is voorzien voor het zomerreces van de raad, zo mogelijk in de raadsvergadering van 9 juni 2015. De Afdeling ziet aanleiding om in dit geval toepassing te geven aan artikel 8:55d, derde lid, van de Awb en te bepalen dat de raad uiterlijk op 16 juni 2015 een nieuw besluit moet hebben genomen en bekendgemaakt. Daartoe overweegt de Afdeling dat zich hier een bijzonder geval voordoet, omdat, zoals de raad heeft toegelicht, vaststelling door de raad van de nota Gewasbescherming & Ruimtelijke Ordening, die als onderlegger dient voor verschillende plannen met daarin een nieuwe regeling over spuitzonering, noodzakelijk is alvorens hij een nieuw besluit over de vaststelling van het plan kan nemen en vaststelling van die nota is voorzien op 9 juni 2015.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Eelco.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.