Bestemmingsplan bepalend voor definitie achtererfgebied

 

De uitspraak van de AbRvS van 4 februari 2015, nr. 201403960/1/A1, ziet op een last onder dwangsom ter verwijdering van enkele illegaal opgerichte blokhutten en een schuur. Overtreder stelt dat deze bouwwerken vergunningvrij zijn op grond van artikel 2, aanhef en derde lid, Bijlage II Bor. Op grond van deze bepaling is een op de grond staand bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied vergunningvrij als het voldoet aan een aantal voorwaarden. Volgens appellant is sprake van bouwwerken in het achtererfgebied. De Afdeling deelt dat standpunt niet. Daarbij acht de Afdeling doorslaggevend dat de bouwwerken zijn gesitueerd op een stuk grond met de bestemming “bollengebied”, zodat slechts bebouwing ten dienste van die bestemming is toegestaan. Dit maakt dat het bestemmingsplan de inrichting van het gebied als erf verbiedt en dat dus geen sprake is van een situering van bouwwerken in het achtererfgebied. Dit oordeel van de Afdeling vloeit voort uit de definitiebepalingen uit artikel 1 Bijlage II Bor. Hierin is voor de kwalificatie van (achter)erf(gebied) bepalend dat het bestemmingsplan de specifieke inrichting van het gebied niet verbiedt.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.