Afwijkingsbevoegdheid maakt ten onrechte wijziging bestemming mogelijk

27 maart 2020

AbRvS 25 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:852). Bij besluit van 5 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Helmond het bestemmingsplan “Brandevoort II-herz. Hazenwinkel-Liverdonk” vastgesteld. In het plan is voorzien in woningen. Appellant exploiteert in de nabijheid van het plangebied een varkenshouderij. Hij vreest voor een beperking van zijn bedrijfsactiviteiten.

Het beroep van appellant richt zich o.a. tegen de afwijkingsmogelijkheid in artikel 3.5.2, onder a, van de planregels. In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning kan afwijken van het bepaalde in artikel 3.5.1, onder c, van de planregels voor het permanent of tijdelijk bewonen van de gronden, mits er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In artikel 3.5.1, onder c, is bepaald dat onder strijdig gebruik met de bestemming “Wonen” ten minste wordt verstaan het gebruik van bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning op gronden met de aanduiding “milieuzone-geurzone”.

Volgens de Afdeling mag met een afwijkingsbevoegdheid de bestemming niet worden gewijzigd. Daarvoor is de wijzigingsbevoegdheid bedoeld. Door toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid in artikel 3, lid 3.5.2, onder a, van de planregels kan de invulling van de bestemming worden gewijzigd omdat er dan ook binnen de aanduiding “milieuzone-geurzone” mag worden gewoond. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat artikel 3, lid 3.5.2, onder a, van de planregels is vastgesteld in strijd met artikel 3.6, eerste lid, sub c, van de Wro.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.