Aanvaardbaarheid vrijstelling activiteiten bouwsector blijft onzeker

In de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling van 15 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1110 heeft de raad het bestemmingsplan “Woonzorgzone, Hattem” gewijzigd vastgesteld. Verzoekers beroepen zich erop dat in dit plan de activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing zijn gelaten op grond van de vrijstelling in artikel 2.9a van Wnb, gelezen in samenhang met artikel 2.5 van het Bnb. Volgens hen heeft die vrijstelling geen betrekking op plannen, maar alleen op projecten. Bovendien moet het met die vrijstelling samenhangende programma stikstofreductie en natuurverbetering nog worden vastgesteld en is een vrijstelling vooruitlopend op de vaststelling van dat programma in strijd met artikel 6 van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB 1992 L 2006), zo wordt aldus betoogd.

De Afdeling overweegt dat de opgeworpen rechtsvragen zich niet lenen voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Daarom zal de vraag of vooruitlopend op de beoordeling van het beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, worden beantwoord aan de hand van een belangenafweging. In dit geval leiden de vragen tot schorsing van het bestemmingsplan vanwege de zogenoemde Tegelen-jurisprudentie, die onder meer is verwoord in de uitspraak van de Afdeling van 12 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP0510.

In de uitspraak van de AbRvS van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1159 wordt ook nog geen inhoudelijk oordeel gegeven omtrent de bovengenoemde rechtsvragen, ondanks het feit dat appellant hier betoogt dat de raad van de gemeente Wijdemeren bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de uitstoot van stikstof als gevolg van de bouwwerkzaamheden van het gebouw.

In dit geval was namelijk wél voor de sloop- en aanlegfase een stikstofberekening met de AERIUS-calculator uitgevoerd die als bijlage 1 bij de plantoelichting is opgenomen. Er is bij die berekening van uitgegaan dat sprake is van een bijgebouw dat met zogenoemde prefab elementen zal worden gerealiseerd. Uit de AERIUS-berekening volgt dat er geen sprake is van een depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Appellant heeft deze berekening niet bestreden. De Afdeling ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de berekening en de daaruit getrokken conclusie dat het plan geen significante gevolgen zal hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied.

De praktijk moet dus afwachten of de vrijstelling de toets der kritiek zal doorstaan.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.